Een vreemde vogel Een parabel op Romeinen 6:1-4

Paul Baars
Geschreven door: Paul Baars
5 min leestijd

Een arend familie bouwde haar nest in een boom op een boerderij boven het huis van de kippen.

Moeder arend legde haar eieren in haar nest, maar één van de eieren viel uit de boom, midden in het hooi, in de kippenren. Een moeder kip zag het ei en legde het bij haar eigen eieren en broedde het uit en zorgde ervoor.

Het arendskuiken liep rond tussen de kippen en zag hoe de andere kippen zich gedroegen. Ze pikten wormen uit de grond, liepen heen en weer en klokten en kakelden de hele dag. Het arendsjong deed zoals de andere kippen deden en hij leerde hun manieren. Al kakelend pikte de jonge arend wormen uit de grond en liep hij heen en weer.

Het arendsjong groeide op en wist niet beter dan dat hij een ietwat uit de toon vallende kip was. Hij deed als alle andere kippen en was tevreden in het kip zijn, tot op een dag, hoog in de lucht, een volwassen Arend overvloog in al haar majesteit. Het arendsjong keek omhoog en dacht, wauw, wat moet dat geweldig zijn, om zo te kunnen vliegen ! Wat een prachtige vogel is dat, wat jammer dat ik slechts een kip ben…

De volwassen Arend keek tijdens het vliegen naar beneden en zag de ietwat vreemde kip kakelen en neen en weer lopen, terwijl hij wormen uit de grond at… De grote Arend dacht, wat is dat nou voor een raar fenomeen ?! En hij landde op een tak, een paar meter boven de kippenren.

De volwassen Arend riep naar de kip die geen kip was: “hé, wat doe jij nou ? waarom loop je zo raar ? en waarom eet je die vieze wormen ?!” De ietwat vreemde kip die geen kip was keek omhoog en zei: “… Doe ik raar ? nee toch, ik ben een kip en ik doe wat kippen doen !”

De volwassen Arend krijste naar beneden: “Hou op, stop daarmee ! Je bent geen kip, je bent een arend !” en met die woorden liet de arend zich van de tak vallen, vloog naar beneden en greep de kip die geen kip was, met zijn klauwen.

“Laat mij los, laat los ! kakelde de vreemde vogel” maar de Arend nam hem mee, hoog in de lucht. Op een paar honderd meter hoog loste de Arend zijn grip en de kip die geen kip was viel gillend naar beneden.

“Open je vleugels”, krijste de Arend, terwijl hij mee omlaag vloog, “open je vleugels en vlieg !“

De vreemde kip opende zijn vleugels en prompt vloog hij, Het ging eerst nog wat onregelmatig en af en toe dreigde hij toch nog te vallen, maar de grote majestueuze Arend bleef naast hem vliegen en zo vloog de jonge arend al snel door de lucht. Hij vloog over zijn oude kippenren en verder, over diepe dalen en hoge bergen, naar hoogtes waarover hij nooit had durven te dromen.

De jonge arend wist nu, ik ben geen kip, ik ben een arend ! Hij wilde het zijn familie, zijn kippenfamilie vertellen en landde in de kippenren. Ze snapten er echter niets van, moet je echt niet een lekkere worm ? Vroeg zijn broer hem, kom even kakelen zei zijn moeder.

De jonge arend scharrelde wat rond, at een paar wormen en kakelde weer als een kip. De jonge arend was verbaasd over zichzelf en vloog snel weg van de kippenren. “Ik ben een arend, zei hij tegen zichzelf, waarom gedraag ik mij dan nog als een kip ?”

De moraal van het verhaal is dit:

Wij worden geboren in de wereld en worden opgevoed in de wereld en denken daarom als de wereld en doen daarom als de wereld.

Op een dag komt de Geest van God en die bevrijd ons, hij neemt ons weg uit waar wij niet horen en verandert ons in wat wij waarlijk zijn, Zijn kinderen. En omdat wij nu weten wie wij zijn, moeten wij ons niet meer valselijk gedragen alsof wij zijn wat wij ooit valselijk dachten dat wij waren.

Als wij in Christus schoongewassen zijn en vrijgezet zijn van de slavernij aan de zonde, laten wij dan niet daarin terugkeren en daarin verblijven. Laten wij als kinderen van het Licht de dingen doen die van het Licht zijn en het Licht kunnen verdragen.

Ingesleten gewoontes en jarenlang getrainde reacties kunnen ons soms het idee geven dat wij toch een kip zijn, die doet alsof hij een arend is en soms vergeten wij hoe wij ons als arend moeten gedragen. Maar dan is er altijd de Heilige Geest, die ons begeleid, terwijl wij leren te zijn wie wij echt zijn, kinderen van de Allerhoogste God, vrijgezet en heilig.

Laten wij dan ook alzo wandelen !

Want God tuchtigt Zijn kinderen en Hij corrigeert elke zoon die Hij aanneemt. (Hebreeën 12:6)

Met dank aan Paul Washer, Being what you are-Romans 6 and Regeneration