Heer leer ons bidden Wanneer wij bidden, weten wij dan wel wat wij zeggen ?

Hans Baars
Geschreven door: Hans Baars
34 min leestijd

Heer, Leer ons bidden

Jezus leerde ons vele dingen. In Zijn vele vergelijkingen en leringen gaf Hij richting voor alle aspecten van ons leven.

Zo leerde Jezus ons dat wij onze knie alleen voor God buigen, wiens naam Heilig is; dat God alleen alle eer en glorie toekomt; dat we absoluut vergevingsgezind moeten zijn; Dat God Zijn plan in uitvoering heeft, dat Hij voor de grondlegging van de wereld al had vastgelegd. Dat we moeten geloven en vertrouwen als een kind; dat we de verleidingen van de wereld, (en haar heerser, de satan), moeten weerstaan; dat we ons bewust moeten zijn dat Gods Koninkrijk onze toekomst is… Dat alle zichtbare Kracht, zowel in de schepping als in de onwankelbaarheid van Zijn plannen, zowel Zijn Almacht alsook Zijn Alwetendheid weergeeft, evenals Zijn eeuwig bestaan.

Hoe Jezus ons leerde bidden

Jezus gaf daarnaast ook duidelijke instructies over de vorm waarin wij moeten bidden. Bidden was iets wat de Joden in de tijd van Jezus graag deden, maar over het algemeen als uiterlijk vertoon, om gezien en gehoord te worden, om als goed burger bevestigd te worden en om respect mee af te dwingen.

Jezus zei over hen die zulke dingen doen: "… wanneer u bidt, zult u niet zijn als de huichelaars; want die zijn er zeer op gesteld om in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden om door de mensen gezien te worden. Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben. Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden." (Mattheüs 6:5-7)

Joden en Heidenen

Daar waar de Joden graag goede woorden, op de verkeerde wijze, en met de verkeerde intentie baden, namelijk om zichzelf te verhogen, maakten de heidenen het nog bonter. Zij dachten dat het bij de goden vooral: "massa is kassa" was. Als je maar hard genoeg en met veel woorden en overtuiging bad, liefst nog met een groots gebaar, een symbool of een offer, om vooral de echtheid van het gebed te onderstrepen, dan zouden de goden wel luisteren.

De bespotting van de Baal aanbidders

Een goed voorbeeld hiervan geeft het boek 1 Koningen, wanneer wij lezen over de dienaren van de afgod Baäl.

Er staat geschreven: 'Zij (de priesters van Baäl) namen de jonge stier die hij (Elia) hun had gegeven, en maakten die klaar. Ze riepen de naam van de Baäl aan, van de morgen tot de middag: O Baäl, antwoord ons! Maar er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde. Zij sprongen tegen het altaar aan, dat men gemaakt had. En het gebeurde tijdens de middag dat Elia met hen begon te spotten en zei: Roep met luide stem! Hij is immers een god. Hij is vast in gedachten! Of hij heeft zich vast afgezonderd! Of hij is vast op reis! Misschien slaapt hij wel en moet hij wakker worden!

Zij riepen met luider stem en kerfden hun lichamen naar hun wijze van doen met zwaarden en speren, totdat het bloed over hen heen stroomde. En het gebeurde, toen de middag voorbij was, dat zij in geestvervoering raakten, tot de tijd van het brengen van het graanoffer.

Er kwam geen stem en er was niemand die antwoordde; er kwam geen teken van leven. ' (1 Koningen 18:26-29)

De dienaren van de Baäl offerden een stier, baden van zonsopgang tot zonsondergang, wierpen zich tegen het altaar, sneden zichzelf met messen totdat het bloed over hen heen stroomde, zo erg ging het eraan toe dat zij in geestvervoering raakten… Er kwam echter geen antwoord, geen stem en geen teken van boven.

De grootsheid van de God van Elia

In schril contrast lezen wij het gebed van Elia: 'En het gebeurde, toen men het graanoffer bracht, dat de profeet Elia naar voren kwam en zei: HEERE , God van Abraham, Izak en Israël, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israël, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan. Antwoord mij, HEERE , antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HEERE , de ware God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt.

Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op. ' ( 1 Koningen 18:36-38)

Elia hield het kort, er was geen omhaal van woorden, geen offer dan alleen hetgeen voor God bestemd was. Belangrijker nog, Elia bad God gericht. Hij bad dat Gods kracht zichtbaar zou worden tot Glorie van Hem. Elia bad dat het zien van de Kracht van God het volk tot inkeer zou brengen, zodat zij behouden zouden blijven.

Het antwoord van God was direct en met Kracht. Niet alleen deed God meer dan Elia vroeg (Hij zond vuur in plaats van dat Hij een woord uit de hemel liet klinken) maar het gezonden vuur verteerde zelf het offer, maar ook het hout het stof en de stenen (welke allemaal doordrenkt waren met water) tot aan het water in de geul rondom het offer.

De God van Elia, Hij is ook onze God door Christus Jezus, liet zien dat Hij alleen gebeden verhoort en dat Hij bij machte is om te antwoorden op een zoveel grotere wijze dan wij van Hem vragen.

Nader de troon van God in oprechtheid

God wil niet dat wij met valse voorwendselen tot Hem komen. Wij kunnen alleen in volkomen oprechtheid tot Hem naderen, als een kind. Want God doorziet alles en Hij ziet het hart aan.

Daarom leerde Jezus Zijn discipelen: "Als u bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de heidenen, want zij denken dat zij door de veelheid van hun woorden verhoord zullen worden. Word dan aan hen niet gelijk, want uw Vader weet wat u nodig hebt, voordat u tot Hem bidt. (Mattheüs 6:5-8)

De vorm waarin wij bidden en de intenties waarom wij bidden, zijn dus van doorslaggevend belang. Dit was ook een doctrinair hoofdpunt in de vroege kerk. In de brief van Jakobus lezen wij hierover: 'U bidt wel , maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt, met het doel het in uw hartstochten door te brengen. ' (Jakobus 4:3)

Wij moeten dus niet bidden met veel woorden, of rituele omhalen, zoals de heidenen deden. En wij moeten niet bidden om gezien te worden, zoals de Joden deden. We moeten daarentegen bidden voor Zijn Glorie, in overeenstemming met Zijn wil. Wij moeten God-gericht zijn in onze aanbidding en in ons bidden.

Heer, leer ons bidden

Toen Zijn discipelen op een dag zagen hoe Jezus tot Zijn Vader in de hemel bad, verlangden zij dat Hij hen zou leren bidden, zoals ook Johannes de Doper zijn discipelen had geleerd hoe zij moesten bidden.

Jezus leerde hen: "Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen." (Mattheüs 6:9-13)

Jezus leerde ons hiermee een gebed dat helder schijnt in zijn eenvoud en imponeert door zijn compleetheid. Het is God gericht, het bevat alles wat wij zouden kunnen vragen en laat de verhouding tussen de Schepper en het schepsel zien.

Laten wij dit simpele gebed eens nader bekijken.

"Onze Vader die in de Hemelen zijt,"

De Vader van Adam De mens heeft maar één echte Vader en dat is God, die alles gemaakt heeft. Hij heeft de eerste mens gemaakt en noemde hem Adam. Hij is de vader van allen die leven. Uit Adam nam Hij een rib en vormde daarvan de vrouw van Adam: Eva. Uit die beiden is de gehele mensheid gebouwd. Daarin is God, voor alle mensen, een Vader.

De Vader van Christus Jezus noemde God Zijn Vader en dat zei Hij terecht. Want Hij was uit Hem en van Hem vanaf de eeuwigheid. Op aarde overschaduwde de Heilige Geest en de kracht van de Allerhoogste de maagd Maria en zij werd zwanger, waardoor het Heilige kind dat geboren werd Gods Zoon genoemd zou worden. (Lukas 1:35)

Onze Vader Nu wij in Christus zijn en Zijn lichaam zijn geworden (1 Korinthe 12:27) en broeders van Hem genoemd worden (Hebreeën 2:11 ; Romeinen 8:29 ; Markus 3:34-35) kunnen wij Zijn Vader ook onze Vader noemen en mogen wij Hem in ons gebed vrij aanspreken als "Onze Vader"

Jezus leerde ons hier verder over: En u mag niemand op de aarde uw vader noemen, want Eén is uw Vader, namelijk Hij Die in de hemelen is. En u mag niet meesters genoemd worden, want Eén is uw Meester, namelijk Christus. (Mattheüs 23:9-10)

"Uw naam worde geheiligd."

De betekenis van het woord: "Heilig", is apart gezet, schoon, volkomen vrij van vuil, in zijn meest volmaakte vorm, eerbiedwaardig en verheven.

Het gebed begint met het erkennen dat het Gods Naam is die geheiligd wordt, in alles wat wij doen en in alles wat ons overkomt. Er staat geschreven dat de kinderen van God, Zijn zonen en dochters, die genoemd worden naar Zijn Naam, geschapen zijn tot Zijn eer. Het heiligen van Zijn Naam is dus ook te vertalen als: Uw Naam worde geëerd tot Uw Glorie. Immers, Zijn Naam is Heilig en Hij is onveranderlijk.

God wil dat wij in ons gebed beginnen bij het belangrijkste en dat is Zijn Glorie. Wij bestaan voor Zijn Glorie, het is het doel van onze schepping. Door dat in gebed te erkennen en daarin te berusten, kunnen wij vertrouwen hebben dat alles wat wij bidden overeen komt met Zijn wil. Want Hij heeft Zijn wil al bekend gemaakt, namelijk de verheerlijking van Zijn Naam, overal en in alles.

"Uw Koninkrijk kome,"

Het koninkrijk waar Jezus naar refereert is het Koninkrijk van God, het Koninkrijk der Hemelen, waar ook Abraham naar verlangde ( Hebreeën 11:10). Jezus sprak veel over dit Koninkrijk. Hij vergeleek het Koninkrijk van God met een schat, verborgen in een akker, met een parel van grote waarde, en met een net gevuld met vissen.

Het koninkrijk van God is vanaf Johannes de Doper, want hij bereidde de weg van Koning Jezus. Het koninkrijk kreeg vorm in de gemeente met Pinksteren, toen de gelovigen de Heilige Geest als onderpand ontvingen van de belofte.

Wanneer wij bidden: "Uw Koninkrijk kome dan bidden wij voor het aanbreken van dat laatste moment, waarop wij de volheid van Zijn Koningschap mogen binnengaan, namelijk in de verlossing van ons lichaam. Want naar de geest in ons zijn wij al kinderen Gods, heilig en dragers van de belofte. Maar in het vlees zijn wij nog onderworpen aan de invloed van de zonde op ons. Wij vechten het goede gevecht tot aan het moment dat Zijn Koninkrijk komt, in zijn volheid, voor ons en voor Zijn Glorie.

Daarom bidden wij zoveel temeer, naarmate de verdrukking heter wordt: "Uw Koninkrijk kome !" Er is niets kostbaarder dan het Koninkrijk Gods waar wij in verlangen naar uitkijken.

Als we beseffen wat dit betekend, begrijpen we ook hoe waardeloos de schatten op aarde zijn en dat het najagen, en het vergaren van die aardse schatten en rijkdom, ons het eeuwig leven kan kosten.

Er staat geschreven: "U is 70 jaar gegeven, tachtig jaar voor de hele sterken", (Psalm 90:10), dat is helemaal niets vergeleken met de eeuwigheid… het is minder dan een zandkorrel in een woestijn vol zandkorrels.

Wetende dat er uiteindelijk maar twee bestemmingen voor de mens zijn: het koninkrijk van God of de buitenste duisternis, wordt de focus op aardse zaken ten koste van de hemelse zaken helemaal onzinnig…

Het gaat hier dan ook over de brede, - en de smalle weg. Zoals geschreven staat: "Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden." (Mattheüs 7:13-14)

"Uw wil geschiede, gelijk in de Hemel als zo ook op de aarde"

God is de Schepper van Hemel en aarde, met alles wat daarin, en daar op is. Hij is Almachtig en Soeverein en hoeft aan niemand verantwoording af te leggen. Op Zijn commando gaat de zon op en naar Zijn wil gaat die onder. Op Zijn teken vormen een eicel en een zaadcel een mens in de buik van de moeder. Naar Zijn wil leeft iemand lang of kort en volgens Zijn vastgelegde beslissingen zijn er verzoekingen en beproevingen.

God is de Koning op de troon en Hij heerst over al wat Hij geschapen heeft. Zelfs de hoogste autoriteit van deze boze wereld, de satan, die ook een geschapen wezen is, heeft een beperkt mandaat en kan alleen datgene doen wat God toestaat.

Alles waarvoor wij bidden kan daarom alleen verwezenlijkt worden als hetgeen wij willen, in overeenstemming is met de wil van God.

En zelfs daarin, in dat willen, is God een soeverein Heerser. Er staat immers geschreven: "Het hart van een mens overdenkt zijn weg, maar de HEERE bestuurt zijn voetstappen" (Spreuken 16:9)

"Geef ons heden ons dagelijks brood"

We hoeven geen lange gebeden uit te spreken voor ons dagelijks onderhoud en de dingen die we nodig hebben. Want als u oprecht geloofd, zal Uw Vader voor u zorgen (Mattheüs 6:26-34). Maar het is wel van belang dat u eerst en oprecht Zijn koninkrijk zoekt.

Jezus leert ons dat wij moeten bidden in het vertrouwen dat God een liefhebbende Vader is, die voor ons, Zijn kinderen zorgt in alles wat wij nodig hebben.

De ongelovige kinderen

De kinderen van Israël kwamen uit Egypte en gingen door de woestijn. Toen zij honger kregen stuurde God manna uit de hemel en gaf de opdracht om op de dag voor de sabbat twee porties te verzamelen, omdat op de sabbat er niets zou zijn. Sommigen verzamelde slechts één portie op de vrijdag en op zaterdag zochten zij naar het manna maar vonden het niet. God ontstak daarom in woede tegenover hen, omdat zij niet in Hem geloofden.

Zij trokken Zijn Woord in twijfel, terwijl Hij Waarheid IS en nooit een leugen in Hem gevonden wordt. (Exodus 16:23-28) Wanneer iemand compleet betrouwbaar is, dan is niet geloven een grote belediging.

Jezus leerde ons hierover dat wij in volkomen vertrouwen op God moeten wandelen. Hij sprak daarover: "Wees niet bezorgd over uw leven, over wat u eten en wat u drinken zult; ook niet over uw lichaam, namelijk waarmee u zich kleden zult. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding? Kijk naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet, en verzamelen niet in schuren; uw hemelse Vader voedt ze evenwel ; gaat u ze niet ver te boven?

Wie toch van u kan met bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?

En wat bent u bezorgd over de kleding? Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze groeien; ze werken niet en spinnen niet; en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze.

Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden , kleingelovigen?

Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.

Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. (Mattheüs 6:19-34)

"En vergeef ons onze zonden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren."

Mensen vinden het soms moeilijk iemand zijn zonden tegen hen te vergeven. Maar als vergeving aan de orde is, dat is als er vergeving gezocht wordt, dient u uw naaste van harte te vergeven.

Petrus kwam eens naar Jezus toe en vroeg Hem: "Heere, hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven ? Tot zevenmaal toe ?" Jezus zei tegen hem: Ik zeg u: niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maal zeven maal . Jezus trok de lijn niet bij 7 x 70 = 490 keer. Hij duidde aan dat wij altijd iemand moeten vergeven die spijt heeft en om vergeving vraagt, Immers, ook wij falen dagelijks en God is goed en vol erbarmen, en vergeeft ons telkens en richt ons op als wij struikelen. (Spreuken 24:16)

Jezus gaf hierover ter uitleg en illustratie, een parabel. Hij zei: "Daarom kan het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met een zeker koning die afrekening wilde houden met zijn dienaren. Toen hij begon af te rekenen, werd er iemand bij hem gebracht die hem tienduizend talenten schuldig was. En toen hij niet kon betalen, gaf zijn heer opdracht dat men hem zou verkopen, én zijn vrouw en kinderen en alles wat hij had, en dat de schuld betaald moest worden. De dienaar dan knielde voor hem neer en zei: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.

En de heer van deze dienaar was innerlijk met ontferming bewogen, liet hem gaan en schold hem de schuld kwijt.

Maar deze dienaar ging naar buiten en trof een van zijn mededienaren aan, die hem honderd penningen schuldig was. Hij pakte hem beet, greep hem bij de keel en zei: Betaal mij wat u schuldig bent. Zijn mededienaar dan liet zich voor hem neervallen en smeekte hem: Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen. Hij wilde echter niet, maar ging heen en wierp hem in de gevangenis, totdat hij de schuld betaald zou hebben.

Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, werden zij erg bedroefd; zij gingen naar hun heer en vertelden hem alles wat er gebeurd was.

Toen riep zijn heer hem bij zich en zei tegen hem: Slechte dienaar, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat u mij dat smeekte. Had ook u geen medelijden moeten hebben met uw mededienaar, zoals ik ook medelijden met u had?

En zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaald zou hebben. Zo zal ook Mijn hemelse Vader met u doen, als niet ieder van u van harte de misdaden van zijn broeder vergeeft." (Mattheüs 18:21-35)

De hemelse echoput

Nu is het wel van belang dat de persoon die tegen u gezondigd heeft, berouw heeft en dat aan u belijdt en u om vergeving vraagt. Als dit zo is, moet u hem vergeven, anders zullen uw zonden ook niet vergeven worden.

Hoe u uw weg in het leven gaat, en omgaat met anderen, is bepalend voor hoe u zelf door God zal worden beoordeeld. Het is als een hemelse echo. Als u tegen een van uw naasten zegt, "ik haat je", klinkt de echo vanuit de Hemel naar u terug, "ik haat je", maar zeg je, "Ik begrijp je, ik vergeef je, want ik hou van je" dan zal ook dit vanuit de Hemel op u terug keren, "Ik begrijp je, ik vergeef je, want ik hou van je"

"En leidt ons niet in verzoeking"

Verzoeking betekend in dit verband niet de verleiding tot zonden, want God kan niet verleidt worden door het kwaad. (Jakobus 1:13) Verleidingen komen niet voort uit God, maar uit onze eigen kwade verlangens (Jakobus 1:13-15) en blijven vaak aanwezig zodat wij leren deze te weerstaan. Dat wandelen met de afleidingen van ons vlees en de lusten daarvan, is als de reis door de woestijn naar het beloofde land.

Zet een wacht voor mijn mond David geeft ons in Psalm 141:3-4 de juiste betekenis, wanneer hij zegt: "HEERE , zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen. Laat mijn hart zich niet neigen naar een slechte zaak, om goddeloze daden te verrichten met mannen die onrecht bedrijven; en laat mij niet eten van hun lekkernijen."

David erkent dat hij zwak is en vraagt God hem te behouden van die situaties waarin hij tot zonden verleidt zou worden.

Aan de gemeente te Filadelfia

Nu wij leven aan het alleruiterste van het einde van de laatste dagen, is het goed om ook een tweede inzicht te delen.

In het woord van Jezus aan de gemeente te Filadelfia spreekt Hij: "Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken." (Openbaring 3:10)

De verzoeking waar Jezus naar refereert, komt in de laatste dagen over heel de wereld, om hen die op de aarde wonen te verzoeken. Een verzoeking die neigt naar het spreken van onheilige dingen, zoals leugens en vuiligheden. Om harten naar zonden te verleiden en om te doen wat God verboden heeft. Om te genieten van de lekkernijen van de zonde, totdat hun mond vol zand is. Om het heil te zoeken in alles, behalve bij God.

Dat alles klinkt wel heel erg als de donkere wolk die in onze tijd over de aarde is gekomen, vind u niet ?

De kinderen van Israël als voorbeeld Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: "Heden, indien u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet, zoals bij de verbittering, op de dag van de verzoeking in de woestijn.

Daar hebben uw vaderen Mij verzocht; zij hebben Mij op de proef gesteld en Mijn werken gezien, veertig jaar lang.

Daarom ben Ik toornig geworden op dat geslacht en heb gesproken: Altijd dwalen zij met hun hart, en zij hebben Mijn wegen niet gekend.

Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Mijn rust zullen zij niet binnengaan! Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God; maar vermaan elkaar elke dag, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde." (Hebreeën 3:7-13 HSV)

"Maar verlos ons van de boze."

De boze is de overste van deze wereld met zijn demonen, (allen gevallen engelen) De echte verlossing van de boze gebeurt pas nadat we gestorven zijn of zijn opgenomen. De satan zal na de grote verdrukking door de wederkerende Christus gevangen genomen worden en hij zal gebonden worden voor duizend jaar.

Wij zullen verlost worden, van de vader van de zonde.

Maar ook nu, in het heden is de Heere getrouw. Hij zal u versterken en bewaren voor de boze. U zult stand houden en wanneer u hem weerstaat zal hij van u vluchten 2 Thessalonicenzen 3:3; Jacobus 4:7

Jezus bad tot de Vader, aan de vooravond van Zijn lijden: "Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze." (Johannes 17:15)

De boze is een serieuze realiteit, waar niemand omheen kan. God heeft weliswaar paal en perk gesteld aan wat hij wel en niet mag en kan doen, maar de boze is vanaf onze geboorte bij ons aanwezig. Ons lichaam van vlees is afvallig van God en tot gehoorzaamheid aan de boze geneigd, zwak om verleid te worden tot zonde.

Wij hebben de hulp van God nodig om dat boze in ons, te weerstaan, onder controle te krijgen en te overwinnen. Om de boze die ons vlees zo makkelijk aanwakkert tot zonden te verslaan. Zodat wij niet meer onder het slavenjuk van satan zijn, namelijk in blinde gehoorzaamheid aan onze lusten, maar vrij zijn, door de Geest van God die in ons werkt, de werken van liefde.

Geroepen tot vrijheid

Want wij zijn tot vrijheid geroepen, alleen niet een vrijheid om te doen wat ons vlees verlangt; maar een vrijheid om elkaar door de liefde te dienen. Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.

De werken van het vlees zijn: overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; at wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven. (Galaten 5:13-21)

"Want van U is het koninkrijk,"

In ons gebed erkennen wij dat het Gods koninkrijk is, waar wij ons naar uitstrekken. Wij moeten daar ook met verlangen naar uitzien. Want de lieflijke aard van deze bestemming gaat ons voorstellingvermogen ver te boven.

Het is een Koninkrijk waarover geschreven staat: "Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen." (Openbaring 7:16-17)

Het Koninkrijk van Christus komt, in al zijn Perfectie en Glorie. Maar het Koninkrijk van Christus is ook hier. Want al Zijn kinderen behoren tot dat Koninkrijk, maar wat het zal zijn is nu nog niet zichtbaar.

Augustinus schreef hierover: "de Kerk is reeds nu het Koninkrijk van Christus en van de Hemel. Het koninkrijk van Christus hier beneden is in een staat van oorlog. Het zal geperfectioneerd worden aan het einde der tijden."

"De kracht"

De kracht van God is onbeperkt en onzichtbaar. Zijn Kracht is wat Hij is, Zijn Kracht komt voort uit Zijn Woord, door het spreken. "Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er." (Ps. 33:9)

Een andere bekende tekst is: "Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is." Zijn kracht houdt ook alle elementen bijelkaar. Er is geen uitzondering. Alle kracht is van God. Hij , Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechter hand van de Majesteit in de hoogste hemelen . (Hebreeën 1:3)

"En de Heerlijkheid"

De heerlijkheid van God is de Glorie, die Hij met niemand deelt. Hij heeft ons geschapen om Hem te verheerlijken en alle eer en dankzegging te geven. Van Hem is de Glorie tot in alle eeuwigheden.

Daarom, wanneer wij bidden: "de Heerlijkheid" dan bedenken wij hetgeen de Psalmist schreef:

"Hoe groot zijn Uw werken, HEERE , U hebt alles met wijsheid gemaakt, de aarde is vol van Uw rijkdommen. Daar ligt de zee, groot en wijd uitgestrekt; daar leeft krioelend gedierte, niet te tellen, kleine dieren en grote. Daar varen de schepen, daar gaat de Leviathan, die U gevormd hebt om hem erin te laten spelen. Zij allen wachten op U, dat U hun voedsel geeft op zijn tijd. Geeft U het hun, zij verzamelen het, doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd. Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand, neemt U hun adem weg, zij geven de geest en keren terug tot hun stof. Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem. De heerlijkheid van de HEERE zij voor eeuwig, laat de HEERE Zich verblijden in Zijn werken. Aanschouwt Hij de aarde, dan beeft hij, raakt Hij de bergen aan, dan roken zij. Ik zal voor de HEERE zingen in mijn leven, ik zal voor mijn God psalmen zingen, mijn leven lang. Mijn overdenking van Hem zal aangenaam zijn, ík zal mij in de HEERE verblijden. De zondaars zullen van de aarde verdwijnen, de goddelozen zullen er niet meer zijn. Loof de HEERE , mijn ziel! Halleluja! (Psalm 104:24-35)

"Tot in eeuwigheid"

Christus deed een belofte aan ons, namelijk aan hen die door geloof zonen van de Allerhoogste genoemd worden.

Hij zei: "de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig.(Johannes 8:35) Verder zei Jezus: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand Mijn woord in acht genomen heeft, zal hij beslist de dood niet zien tot in eeuwigheid. (Johannes 8:51)

Jezus beloofde deze dingen en Hij sprak namens de Vader, terwijl de Heilige Geest alles wat Hij zei en deed bevestigde. Deze Jezus Gaf in de laatste zinnen van de Bijbel deze bemoedigende belofte: "Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste. Zalig zij die de geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan." (Openbaring 22:13-14)

"Amen"

Betekenis: Zo zij het, of: Zo is het.

Amen zeggen op een gebed, bevestigt hetgeen gebeden is. Ook als een ander bid in uw aanwezigheid, zegt u met het amen hierop, "zo is het" hetgeen betekend: "Daar ben ik het honderd procent mee eens" of "Laat het zo zijn".

Zoveel inhoud !

Als we alle uitspraken in de bijbel aanhalen die rechtstreeks, of indirect verband houden met het "Onze Vader", kunnen we daar een dik boek van schrijven, minimaal even dik als de Bijbel zelf.

In dit artikel is het vooral de bedoeling u stil te laten staan bij hetgeen we al zo makkelijk als een automatisch gebed opzeggen.

Maar als we er bij stil staan en het gebed zorgvuldig bestuderen, moeten we erkennen dat het een volmaakt gebed is dat alles bevat dat voor ons nodig is. Het enige wat we moeten leren is het bewust bidden en er over nadenken.

Maranatha