Herkenning van de tekenen der tijden deel 2 Het ijzeren koninkrijk van de laatste dagen

Hans Baars
Geschreven door: Hans Baars
17 min leestijd

In de vorige studie hebben wij het belang onderstreept, voor de kinderen van God,  om kennis te hebben van de leer over de laatste dingen. Wij hebben uitleg gegeven aan het begrip “Eschatologie” en voorbeelden gegeven van drie vormen van profetie; letterlijke profetie; analogische profetie en verholen profetie.

In deel twee van deze studie willen wij inzoomen op het vierde dier in de profetie beschreven in  Daniël 7:7-8, welke correspondeert met benen van ijzer en de voeten van ijzer en leem, uit de Beeld-droom van koning Nebukadnezar.

Het vierde beest

Daniël droomde een droom over vier dieren die opstegen uit de zee. De eerste was als een leeuw maar hij had de vleugels van een arend. Het tweede beest was als een beer met ribben in zijn muil. Het derde beest was als een luipaard met vier koppen en vier vleugels. Het vierde beest was afgrijselijk en afschrikwekkend. Het had grote ijzeren tanden en het at en verbrijzelde. Wat overbleef vertrad hij met zijn poten.

Het beeld van koning Nebukadnezar

In Daniël 2:40-44, vertelt Daniël over de droom van de koning en de uitleg door God, van die droom. Zoals geschreven staat:

En het vierde koninkrijk zal sterk zijn als ijzer, want het ijzer verbrijzelt en vergruist alles. Juist zoals het ijzer alles verplettert, zo verbrijzelt en verplettert dit koninkrijk alles.

Dat u verder de voeten en de tenen, gedeeltelijk van leem van een pottenbakker en gedeeltelijk van ijzer, gezien hebt – dat zal een verdeeld koninkrijk zijn. Het zal iets hebben van de hardheid van ijzer – juist daarom zag u ijzer vermengd met modderig leem.

En de tenen van de voeten, gedeeltelijk van ijzer en gedeeltelijk van leem – dat koninkrijk zal gedeeltelijk sterk zijn en gedeeltelijk broos.

Dat u gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem – ze zullen zich door menselijk zaad vermengen, maar ze zullen zich niet aan elkaar hechten, zoals ijzer zich niet vermengt met leem.”

Het laatste menselijke koninkrijk, van Daniël tot de late middeleeuwen

In de vorige studie leerden wij dat, in de beeld droom van koning Nebukadnezar, de delen van het grote beeld diverse koninkrijken uitbeelden. Het hoofd van goud was het Babylonische rijk van koning Nebukadnezar. Daarna de armen en borst van zilver, dat was het tweestaten rijk van Medië en Perzië onder koning Darius en de grote koning Cyrus. Daarna volgde de lendenen van Brons, welke het Griekse koninkrijk onder Alexander de grote uitbeeldde.

Als laatste werden de benen van ijzer en voeten van ijzer gemengd met leem beschreven. Dit deel van het beeld was een beschrijving van het Romeinse rijk, welke in 285 AD opgesplitst werd in een West-Romeins rijk en een Oost-Romeins rijk, genaamd Byzantium.

In 335 AD verplaatste men de hoofdstad naar Constantinopel (Hedendaags Istanbul, in Turkije) waarmee het oostelijke rijk dominantie verwierf tot aan de inname van haar hoofdstad Constantinopel door het Ottomaanse rijk in 1453 AD.

De invloed van het Ottomaanse rijk bleef echter aanwezig in een groot deel van oostelijk Europa en in het rijk van de Tsaren van Rusland (welke door huwelijken verbonden waren met het Byzantijnse Rijk). 

Een uitbeelding van deze vermenging van invloeden in het Westelijke en Oostelijke Romeinse Rijk en het rijk van de Tsaren, is terug te vinden in het symbool van de tweekoppige adelaar, welke zowel het symbool was van het Byzantijnse Rijk, alsook van het Westelijke Rijk en van het Rijk van de Tsaren.

Dit symbool werd na de Russische Communistische Revolutie (1917) verworpen, echter in 1993, na de Russische constitutionele crisis, werd het rijksymbool van de tweekoppige Byzantijnse adelaar in ere hersteld, op de achtergrond gestimuleerd door huidige machthebber Vladimir Putin.

Het Westelijke Romeinse Rijk

Het westelijke rijk, met als hoofdstad inmiddels niet meer Rome, maar Milaan (286-402) en Ravenna (402-476)  slonk in aanzien en in kracht, tot aan haar implosie en overname door diverse machthebbers, waaronder de Visigoten, de Vandalen en de Ostrogoten welke de stad Rome kort na elkaar introkken (410 AD; 455 AD; 546 AD)

Uiteindelijk waren het de Germaanse stammen, welke de leiding overnamen, onder stromannen keizers welke uit noodzaak van Roomse komaf waren. Deze machtsovername werd enorm geholpen door het Romeinse beleid om Germaanse stammen in te lijven in het leger en aan te stellen als officieren, waardoor de balans van macht binnen het leger van de Romeinen de facto naar de Germanen verschoof.

De nieuwe machthebbers gebruikten de bestaande Romeinse instellingen en structuren (wegen, steden, politieke en administratieve instellingen en netwerken) om hun controle over het overgenomen rijk te verstevigen. Het Rijk bleef daardoor feitelijk bestaan, zei het in een andere vorm en onder ander bestuur.

Van 476 AD tot 800 AD werd het West- en het Oost Romeinse rijk in een losse vorm herenigd, tot Karel de Grote, in 800 AD door de paus tot nieuwe keizer van het West Romeinse Rijk gekroond werd. Dit was de geboorte van het middeleeuwse “heilige Roomse Rijk”.

Het heilige Roomse Rijk

Karel de Grote werd in 800 AD gekroond tot nieuwe Keizer van het “heilige Roomse Rijk”, hetgeen de facto de voortzetting was van het oude, West-Romeinse rijk. Het Rijk was niet een staat zoals wij die tegenwoordig kennen, maar een politiek verband tussen wereldlijke en kerkelijke gebieden die direct of indirect onderworpen waren aan de Rooms-Duitse Keizer of koning.

Het symbool van dit rijk was de tweekoppige adelaar en haar gebied besloeg geheel hedendaags Noord – en midden Italië, Oostelijk Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Tsjechië, westelijk Polen, de westelijke Balkan, geheel Duitsland, Luxemburg, België en Nederland.

De Roomse kerk, onder het gezag van de paus, had een enorme invloed op de macht in het heilige Roomse Rijk, omdat een keizer alleen de ultieme macht kon verkrijgen, wanneer deze daartoe gezalfd en aangesteld was door de paus.

De macht van de Paus en de Reformatie

De macht van de paus en haar kerkelijke en seculiere instellingen en bondgenoten is ook evident in de meedogenloze vervolging van Europese christenen die de Bijbel wilde volgen. Deze vervolging leidde via de inquisitie, uiteindelijk tot de opkomst van mannen als Johan Hus, Martin Luther, Calvijn en William Tyndale, welke allemaal vervolgd werden en waarvan sommigen ter dood gebracht werden. Dit was het begin van de Protestante Reformatie.

Het einde van het heilige Roomse Rijk

Het heilige Roomse Rijk kwam tot haar einde in 1804. Toen Napoleon door de Franse senaat tot keizer werd uitgeroepen. In datzelfde jaar stichtte keizer Frans II het nieuwe keizerrijk Oostenrijk, als opvolger van het heilige Roomse Rijk.

Na interne strijd en de uiteindelijke nederlaag van keizer Napoleon en de troonafstand van keizer Frans II van Oostenrijk, werd in 1871 het (tweede) Duitse keizerrijk opgericht.

Het Duitse Keizerrijk

Het Duitse keizerrijk, met als hoofdstad Berlijn, werd dominant en werd, met de term “tweede keizerrijk” ook als directe erfgenaam van het eerste keizerrijk van Karel de Grote gezien.

Onder keizer Wilhelm I van Pruisen verenigde de 39 Duitse staten zich onder de keizer. Als derde troonopvolger nam keizer Wilhelm II het roer over en werd hij keizer tot 1918.

Met het verlies van de eerste wereldoorlog kwam er een eind aan het tweede Duitse Keizerrijk en werd de Duitse keizer verbannen naar Nederland, op persoonlijke tussenkomst door koningin Wilhelmina. Later bezochten haar man prins Hendrik (Duits) en haar dochter Juliana en haar man prins Bernhard (Duits) de ex-keizer enige malen in zijn kasteel-woning in Doorn. De koninklijke familie van Nederland  had namelijk een (nauwe) familie band met ex-keizer Wilhelm.

Het derde rijk

Na het verlies van de eerste wereldoorlog ontstond er een machtsvacuüm in Europa. Met de dreiging van communistische revoluties hadden de bestaande machthebbers hun handen vol aan het behouden van de macht. In die tijd stond een Oostenrijkse man op om het gedesillusioneerde Duitse volk te verenigen in hetgeen de naam van het Derde Duitse Rijk kreeg.

Van 1933 tot 1945 werd, onder leiding van Adolf Hitler eerst Duitsland opgebouwd als economische en militaire macht, daarna werd de invloedssfeer en het grondgebied vergroot, door economische afhankelijkheid, gemanipuleerde volksstemmingen en de “Anschluss”, de annexatie van de overblijfselen van het  Oostenrijk-Hongaarse Rijk in 1938. Hiermee werden het Saarland, Oostenrijk, Bohemen en Moravië (hedendaags Tsjechië), toegevoegd aan het Rijk.

Vanaf 1938 expandeerde het derde Rijk door militaire macht over geheel Europa en noord Afrika, waarmee het een groot deel van het eens Romeinse Rijk in handen kreeg. Samen met bondgenoten als Italië (Mussolini) en Turkije, was vrijwel het gehele West en Oost Romeinse Rijk kort verenigd.

Vanaf 1943 werd de neergang ingezet en werd het derde Rijk steeds verder terug gedrongen totdat in 1945 Adolf Hitler zelfmoord pleegde in een bunker in Berlijn.

De geallieerden verdeelden het Duitse grondgebied in diverse zones, welke onder de bestuur van de diverse geallieerde landen stonden.

De Europese Unie, de voeten van ijzer en leem

Na de Tweede Wereldoorlog vatte het idee post dat Europese integratie de enige manier was om af te rekenen met het vergaande nationalisme dat het continent tot dan toe geteisterd had. Jean Monnet, Robert Schuman en Konrad Adenauer presenteerden in een toespraak in 1950 het zogenaamde Schumanplan.

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS 1951-1957)

Een jaar later werd de Europese Gemeenschap voor Kolen (leem ? ) en Staal (ijzer ? ) (EGKS) opgericht door het tekenen van het Verdrag van Parijs door België, de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland), Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland.

De Europese Economische Gemeenschap (EEG)

De EGKS bleek zo succesvol dat in 1957 besloten werd tot een verdere integratie. Het Verdrag van Rome, getekend door dezelfde zes landen, richtte de Euratom en de Europese Economische Gemeenschap op.

Europese Gemeenschap (EG) Commissie, Raad en Parlement

In 1967 werden de drie organisaties door tekening van het Fusieverdrag samengevoegd, waarna ze verder werkten onder de naam Europese Gemeenschappen (EG). Dit leidde tot de oprichting van de Commissie, de Raad en het Parlement.

Expansie van de EG

In 1973 werden Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk lid van de EG. Griekenland werd lid in 1981, Spanje en Portugal in 1986. In 1990 traden de deelstaten uit de voormalige DDR toe tot de Bondsrepubliek en daarmee ook tot de EG.

Het verdrag van Maastricht (EU)

Het Verdrag van Maastricht, getekend in 1992, betekende de oprichting van de Europese Unie. Het legde de basis voor verdere vormen van samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, op juridisch en intern vlak, en in de vorming van de Economische en Monetaire Unie. De Verdragen van Schengen zorgden voor een Europese interne markt. In 1995 werden Oostenrijk, Finland en Zweden lid van de EU.

Invoering van de Euro en verdere expansie van de EU

De euro werd ingevoerd in 2002. In 2004 werden tien nieuwe landen lid van de EU: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. In 2007 kwamen Bulgarije en Roemenië erbij, waarmee het aantal EU-lidstaten op 27 kwam. Om te zorgen dat de Unie ook na deze uitbreiding goed bestuurbaar bleef, werd in 2007 het Verdrag van Lissabon getekend. Op 1 juli 2013 trad Kroatië als 28e land toe tot de Unie.

(Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Europese_Unie)

De landen van Europa hebben zich in onze tijd verenigd als Europese Unie. Zij positioneren zich als één, toch is het voor alle burgers evident dat er geen sprake is van uniformiteit onder een enkele leider. De hele organisatie hangt aan elkaar als aarde en ijzer, het wil niet mengen tot één cohesie, precies zoals de Bijbel ons al voorspelde in de droom van koning Nebukadnezar.

Nabije toekomst, tien tenen

Om te begrijpen wat volgens Bijbelse Profetie, hierna moet gebeuren moeten wij inzoomen op de laatste vorm van het laatste koninkrijk, de voeten (hedendaagse EU) met de tien tenen.

Het getal tien komen wij ook in een andere profetie uit het boek Daniël tegen, namelijk in Daniël hoofdstuk 7, waarin de profetie van het beeld van Nebukadnezar uitgebeeld wordt in een andere vorm, namelijk die van de vier beesten. Deze beesten komen overeen met de diverse delen van het beeld van Nebukadnezar. Het vierde beest wordt beschreven als verschrikkelijk. Het verslond alles met ijzeren tanden en vertrapte alles wat overbleef. Dit beest had tien horens.

Ik geloof dat deze tien horens overeenkomen met de tien tenen van de beeld profetie van koning Nebukadnezar.

Daniël 7:24 leert ons dat de tien horens van het vierde beest tien koningen zijn die op het laatst moeten regeren. Na deze horens (koningen) zal een andere hoorn (koning) opstaan en drie koningen vernederen. Deze hoorn die opstaat wordt omschreven als de antichrist (Daniël 7:25) die vernietigd zal worden door het koningschap van Christus (Daniël 7:26-27). Dit laatste vindt zijn weerspiegeling in de beeld profetie van Nebukadnezar, waar het beeld aan de voeten getroffen wordt door een rots (Christus) niet uitgehouwen door mensenhanden. Dit Koninkrijk is een eeuwig koninkrijk, over de gehele aarde.

De twee benen van ijzer en de voeten van ijzer en leem, een tijdlijn.

Wij zien dus dat er een directe tijdlijn getrokken kan worden van de stichting van de Romeinse republiek in 509 BC, via het Romeinse Keizerrijk vanaf 27 BC, naar de splitsing van het rijk in een oostelijk en westelijk deel in 285 AD en toen als twee benen, één westelijk en één oostelijk naar respectievelijk het oostelijk deel, via het Byzantijnse rijk, naar het Turks-Ottomaanse rijk, Oost Europa en Rusland, en het westelijke deel, via het heilige Roomse Rijk van Karel de Grote, naar het tweede Duitse Rijk van Wilhelm I, naar het derde rijk van Adolf Hitler, naar de kolen en staal unie (Leem en ijzer) in 1951 tot aan de EU van onze tijd.

Wat nog rest, voordat Messias Jezus terugkeert om Zijn eeuwige koninkrijk op aarde te stichten in het rijk van de tien koningen, uitgebeeld door de tien tenen en de tien horens.

Hierover heeft nog een andere profetie veel te zeggen. Laten wij afsluitend kijken naar hetgeen God, door de woorden van Johannes te zeggen heeft in het boek Openbaring.

De tien horens in Openbaring

In het boek Openbaring, hoofdstuk 13, wordt het beeld geschetst van een  beest met zeven koppen en tien horens, welke uit de zee opkomt. Het beest heeft tien horens en tien kronen op die horens. Er is heel veel over deze profetie te zeggen, maar ons concentrerend op de tien horens, dan valt de gelijkenis met de profetie van Daniël vooral op.

In Openbaring 17:12 wordt Johannes uitgelegd dat de tien horens tien koningen zijn, die het koningschap nog niet hebben ontvangen, maar die dit zullen ontvangen gedurende één uur. En zij zullen hun macht en kracht éénsgezind overdragen aan het beest (de antichrist).

De tien koningen, uitgebeeld door de tien tenen en de tien horens in de profetieën van Daniël en de tien horens van het beest uit de profetie in het boek Openbaring, beelden allen hetzelfde uit. Het zijn tien machthebbers die voortkomen uit de ononderbroken lijn van het ijzeren koninkrijk en hun macht en kracht ten dienste zullen stellen van de antichrist, om oorlog te voeren tegen het Lam.

Spannende tijden

Wij leven in een spannende tijd, de tijd van de voeten van leem en ijzer. Wij staan aan de vooravond van de overgang naar het antichristelijke rijk, alle tekenen wijzen daarop, steeds meer tekenen de contouren van de vervulling van de laatste profetieën zich af.

Hier gaan wij dieper op in, in deel 3 van het drieluik, herkenning van de tekenen van de tijd.