Romeinen 1:1-2 Paulus en het Evangelie van God

Paul Baars
Geschreven door: Paul Baars
10 min leestijd

Paulus en het Evangelie van God

In het eerste vers van de Romeinen brief, welke beargumenteerd kan worden als de meest belangrijke en omvangrijke en diepe en meest invloedrijke brief in de gehele Bijbel, begint Paulus zichzelf voor te stellen en zijn autoriteit om zulk een schrijven met ons te delen, vast te stellen. Hij schrijft:

"* Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God,"

Paulus getuigd van zichzelf dat hij:

  1. een dienstknecht van Jezus Christus is
  2. een geroepen Apostel is
  3. afgezonderd is tot het Evangelie van God

Een dienstknecht van Jezus Christus Dat Paulus een dienstknecht van Jezus Christus is, is ook elders in de Bijbel een terugkerend thema. In Handelingen 13:2 wordt van Paulus en Barnabas getuigd dat zij, terwijl zij in de gemeente te Antiochië dienden, door God afgezonderd werden tot het werk waar zij specifiek toe geroepen waren, namelijk, het brengen van het Evangelie naar de heidenen (Handelingen 13:46-47). Paulus diende in de gemeente van Antiochië voordat hij aan zijn missiereizen begon. In de gemeente van Antiochië diende Paulus en Barnabas een vol jaar, door het geven van onderwijs aan een grote groep gelovigen, die in Antiochië voor het eerst "Christenen" werden genoemd (Handelingen 11:25-26).

Paulus was vanaf zijn jeugd onderwezen in de leer van de Farizeeën. Hij was een leerling van de grote en invloedrijke Joodse wijsgeer Gamaliël. Paulus was een dusdanig grote tegenstander van de Weg van Christus Jezus dat hij de volgelingen van de Weg vervolgde en voor de raad van de Joden bracht voor oordeel en straf. Stefanus, een man in wie de Geest van God machtig aanwezig was, werd gestenigd door de joden, met goedkeuring van Paulus die, als getuige, de bovenkleding van de beulen bij zich bewaarde.

Toen Paulus op weg ging naar Damascus om de daar aanwezige volgelingen op te pakken, vond Christus jezus hem op de weg en veranderde het hart van Paulus van één die in vijandschap met God leefde tot één die zijn leven zou opgeven voor het getuigenis van Jezus Christus en gedurende zijn leven veel zou lijden voor de Naam.

Alhoewel Paulus de Schriften uit het hoofd kende en vanaf zijn vroege jeugd de waarheid in handen had die zalig kan maken (2 Timotheüs 3:15), was hij toch verblindt voor de eenvoudige Goddelijke waarheid van Jezus Christus. Pas toen Jezus hem vanuit de duisternis naar het Licht riep kon Paulus zien en toen hij Hem zag kon hij pas begrijpen en werden de Schriften voor hem geopend, zoals Christus Jezus dat eerder deed voor de andere Apostelen. (Lukas 24:45)

Een geroepen Apostel Het woord Apostell betekend: iemand die gezonden is. Niemand kan gezonden worden zonder een zender en niemand kan een Apostel van Jezus Christus zijn, zonder dat Hij hem gezonden heeft. Toen Paulus, op de weg naar Damascus door Jezus Christus zelf vanuit de doden tot leven werd gewekt, opende Hij de ogen van het verstand van Paulus tot de waarheid van het Evangelie en tegelijkertijd sloot hij de fysieke ogen van Paulus.

Drie dagen kon Paulus niet zien en at en dronk hij niet. Toen werd een man, genaamd Ananias naar Paulus gezonden en, op bevel van Jezus Christus, opende hij de fysieke ogen van Paulus zodat hij kon zien. Ananias, die nog angstig was voor Paulus wilde eerst niet gaan, maar Jezus zei hem: "Ga, want deze is voor Mij een verkozen instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten.

Paulus werd dus door de Heere Jezus zelf gezonden, als een door Hem verkozen instrument, net zoals de elf Apostelen, die Hem vanaf het begin gevolgd hadden, gezonden werden. Zoals geschreven staat: '... u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde. ' (Handelingen 1:8)

Daar waar de elf Apostelen de opdracht ontvingen om ten eerste het Evangelie in Jeruzalem, in Judea en in Samaria te verkondigen en daarna tot aan het uiterste van de aarde, kreeg Paulus de opdracht om het Evangelie te verkondigen aan de heidenen, aan de koningen en de Israëlieten. In zijn brief aan de gemeente in Efeze bevestigd Paulus deze missie opnieuw wanneer hij schrijft: "'Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, ' (Efeze 3:8)

Zijn brief aan de Romeinen is dan ook een uitvloeisel van die ene missie waarop Paulus, door bevel van de Heere Jezus Christus zelf gestuurd was, om aan de heidenen de geweldige boodschap van de verlossing door geloof in Jezus Christus te brengen.

Paulus werkte in zijn missie niet vanuit eigen kracht, maar werd gedreven door de Heilige Geest, welke hij ontving na de oplegging van de handen van Ananias die naar hem gezonden was om hem de ogen te openen. Het was de kracht van de Geest van Christus die wonderen door hem deed en het was de kracht van de Heilige Geest die van Paulus de meest invloedrijke Christen uit de geschiedenis maakte.

Vanuit die door God gegeven autoriteit als Apostel, gezonden door de Heere Jezus Christus schreef Paulus zijn brieven, die tot de huidige dag aan ons getuigen en uitleg geven over de eens verborgen zaken van God namelijk Zijn reddingswerk, voor de Joden eerst, maar ook voor ons, de heidenen.

Het schrijven van Paulus draagt de autoriteit van God zelf en, aangezien God eeuwig onveranderlijk is, is die autoriteit, over de tijd heen, niet afgenomen, zij geldt nog steeds. Wanneer wij de brieven van Paulus lezen dan moeten wij ze begrijpen als de woorden van Jezus Christus zelf, die voor ons gelden zoals zij voor de originele ontvangers golden. De woorden van Paulus in de Bijbel opgetekend, hebben dezelfde autoriteit als de rest van de Schriften, zoals ook Petrus ons, door de kracht van dezelfde Geest verteld: 'Daarom, geliefden, terwijl u deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos door Hem bevonden te worden in vrede en beschouw het geduld van onze Heere als zaligheid; zoals ook onze geliefde broeder Paulus, naar de wijsheid die hem gegeven is, u geschreven heeft, zoals ook in alle brieven, wanneer hij deze dingen ter sprake brengt. Daaronder zijn sommige zaken die moeilijk te begrijpen zijn, die de onkundige en onstandvastige mensen verdraaien, tot hun eigen verderf, net als de andere Schriften. ' (2 Petrus 3:14-16)

Afgezonderd tot het Evangelie van God Paulus was afgezonderd tot het Evangelie van God. Hij had geen vrouw, zoals Petrus die wel had. Hij had geen plaats die hij zijn eigen huis kon noemen. Hij had geen aardse rijkdom, hij reisde van stad naar stad en verkondigde de blijde boodschap waar hij ook ging. Hij werd vervolgd en belaagd. Zijn lichaam was aan het eind van zijn leven gekromd en vol littekens van alles wat mensen hem aangedaan hadden. Paulus verdiende zijn eigen brood met hard werken, ontving vele slagen, verbleef vaak in de gevangenis en was dikwijls in doodsgevaar. Van de Joden ontving hij vijfmaal veertig min één zweepslagen, lees daar niet te snel overheen. Zoveel zweepslagen maken letterlijk gehakt van iemands lichaam...! Driemaal werd hij met een roede geslagen, éénmaal werd hij gestenigd en voor dood achtergelaten. driemaal leed hij schipbreuk en hij bracht een dag en een nacht door in de diepten van de zee. Paulus was altijd in gevaar van alle kanten, hij bracht zijn leven door in inspanningen en moeite, in nachten zonder slaap met honger en dorst in koude en naaktheid... En in dit alles was hij continue in zorgen voor de prille gemeenten welke hij gesticht had. Paulus vervulde in zijn lichaam datgene wat de Heere Jezus voorzegd en als voorbeeld geleden had, namelijk dat een slaaf niet boven zijn Meester staat en dat als zij de Heere vervolgd hadden, zij op gelijke wijze hen zouden vervolgen die Hem dienen.

Paulus was zich doordringend bewust, dat lijden hoort bij een leven dat afgezonderd is voor het Evangelie van Jezus Christus. Zoals hij aan het einde van zijn leven ook overbracht aan zijn geliefde leerling Timotheüs: 'Maar ú hebt mij nagevolgd in mijn onderwijs, levenswandel, levensopvatting, geloof, geduld, liefde, volharding, in mijn vervolgingen en lijden zoals die mij overkomen zijn in Antiochië, in Ikonium en in Lystre. Wat heb ik al niet aan vervolgingen doorstaan, en uit die alle heeft de Heere mij verlost. En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden. ' (2 Timotheüs 3:10-12)

De opening van de brief der brieven Met het eerste vers van de brief aan de Romeinen zet Paulus helder en krachtig zijn autoriteit neer als Apostel die door Jezus Christus zelf gezonden is. Als Apostel die de woorden spreekt van de Heilige Geest. Zijn woorden zijn waar en Zijn getuigenis betrouwbaar, voor hen in het verleden en voor ons in het heden in niet mindere mate.

Het zijn de openingswoorden van het meest belangrijke boek in de gehele Bijbel, de brief aan de Romeinen. Met Gods wil zullen wij, met u, de komende tijd door de bergketen van zijn hoofdstukken wandelen en vers voor vers de Glorie van God waarnemen. In de verte zien wij de glorie van de hoge bergpieken van Romeinen 8 al stralen, nog ver weg maar oh zo indrukwekkend.

Soli Deo Gloria !